ECLI:NL:CRVB:2021:655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen per 1 januari 2018
Appellante ontving een Wajong-uitkering die per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon, omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op grond van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek oordeelde dat zij over arbeidsvermogen beschikte.
Na bezwaar en beroep verklaarden zowel de rechtbank Limburg als de Centrale Raad van Beroep het besluit van het Uwv tot verlaging van de uitkering terecht. De rechtbank vond dat de medische rapportages voldoende inzichtelijk maakten dat appellante niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en ten minste vier uur per dag belastbaar was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het Uwv onvoldoende medisch onderzoek had gedaan en dat haar beperkingen zwaarder moesten worden beoordeeld. De Raad oordeelde echter dat de medische rapportages van verschillende specialisten en de verzekeringsarts geen objectieve onderbouwing boden voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De klachten waren niet van dien aard dat zij niet ten minste vier uur per dag kon werken.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor het inschakelen van een deskundige en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de Wajong-uitkering wegens vastgesteld arbeidsvermogen per 1 januari 2018.