ECLI:NL:CRVB:2021:657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van medische beoordeling bevestigd in hoger beroep
Appellante was ziek gemeld en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medische en arbeidskundige onderzoeken werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en daarom geen recht meer had op ziekengeld. Het Uwv beëindigde de uitkering, wat appellante aanvocht in bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig onderzoek hadden verricht en de medische informatie juist hadden gewogen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen ernstiger waren dan aangenomen en dat zij onvoldoende gelegenheid had gehad voor aanvullend onderzoek, mede vanwege financiële beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze gronden. Er was voldoende gelegenheid geweest om medische gegevens in te brengen en het Korošec-arrest bracht niet mee dat het ontbreken van alle gewenste onderzoeken het equality of arms-beginsel schond. De medische beoordeling was overtuigend en er was geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De beëindiging van de ziekengelduitkering is terecht en wordt bevestigd.