ECLI:NL:CRVB:2021:685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit UWV wegens ontoereikende medische grondslag arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig orderpicker, meldde zich ziek in 2012 en kreeg in 2014 en 2016 afwijzingen van WIA-uitkeringen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat er geen toename van beperkingen was sinds 2014. In hoger beroep stelde appellante dat haar psychische en lichamelijke klachten waren verslechterd sinds 2014, en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad benoemde een deskundige die concludeerde dat een psychische aandoening in 2014 gedeeltelijk in remissie was en in 2016 was toegenomen, maar dat dit niet leidde tot meer beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vanwege de gehanteerde bandbreedte. De deskundige achtte appellante wel aanvullend beperkt voor fysiek zware arbeid. Partijen gaven hun zienswijzen, waarop de deskundige overtuigend reageerde.
De Raad volgt het deskundigenrapport en oordeelt dat het bestreden besluit een ontoereikende medische grondslag heeft. Het UWV moet de FML aanpassen conform het rapport en de gevolgen voor de arbeidsongeschiktheid per 21 juni 2016 laten beoordelen. Over het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente en overschrijding van de redelijke termijn wordt nog geen uitspraak gedaan.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit over de arbeidsongeschiktheid te herstellen vanwege een ontoereikende medische grondslag.