ECLI:NL:CRVB:2021:750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling door UWV
Appellant was metaalbewerker en meldde zich ziek met rug- en knieklachten. Het UWV stelde vast dat hij per 14 augustus 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Na een nieuwe ziekmelding en medisch onderzoek in 2017 werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor de functie van samensteller elektronische apparatuur, wikkelaar, waarna het ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de medische beoordeling juist was, waarbij de beperkingen van appellant voldoende waren vastgesteld. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen onderschat waren en dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, onder meer omdat een eigen onderzoek ontbrak en een botscan onvoldoende was meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die zijn stelling ondersteunden. De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde dat de functie waarvoor appellant geschikt werd geacht medisch verantwoord was. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.