ECLI:NL:CRVB:2021:803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering bij polygamie volgens NMV en Administratief Akkoord
Appellante was gehuwd met een man die in 2016 overleed. Zij ontving een nabestaandenuitkering op grond van de ANW, die later werd herzien naar de helft omdat bleek dat de overledene twee echtgenotes had, wat volgens het NMV en het Administratief Akkoord recht geeft op een verdeling van de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de tweede echtgenote ook recht heeft op een deel van de uitkering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de herziening haar eigendomsrecht schond, dat sprake was van discriminatie en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat de herziening bij wet is voorzien, een legitiem doel dient en proportioneel is. De inmenging in het eigendomsrecht is gerechtvaardigd. Het beroep op discriminatieverboden faalde omdat de situatie van polygamie een bijzondere situatie betreft waarvoor een redelijke regeling is getroffen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging was gedaan over polygamie.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de nabestaandenuitkering naar 50% en wijst het hoger beroep af.