ECLI:NL:CRVB:2021:88
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden van vier uur per week
Appellante, met lichamelijke beperkingen waaronder een incomplete dwarslaesie, vroeg om verlenging van haar maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Het college kende haar vier uur per week toe, gebaseerd op beleidsregels en normtijden uit een KPMG-rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het college voldoende rekening had gehouden met de situatie van appellante, waaronder haar aangepaste woning en beperkingen. Het college hoefde geen extra tijd toe te kennen voor boodschappen en koken, omdat appellante deze taken deels zelf verricht met hulp.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat nader medisch onderzoek nodig was en dat het college de beleidsregels zonder individuele afweging toepaste. De Raad oordeelde echter dat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef de motivering van de rechtbank.
De Raad zag geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige en bevestigde de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het college bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van vier uur hulp bij het huishouden per week wordt bevestigd.