ECLI:NL:CRVB:2021:896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten privédetective wegens niet-noodzakelijke kosten
Appellante, die een WAZ-uitkering ontvangt, verzocht bij het college van burgemeester en wethouders van Pekela om bijzondere bijstand voor de kosten van het inhuren van een privédetective. Zij wilde met het onderzoek aantonen dat zij in de periode 1979-1985 in dienstbetrekking werkte, wat haar bewijspositie in een procedure tegen het UWV zou versterken om een WAO-uitkering te verkrijgen.
Het college wees de aanvraag af omdat de kosten niet noodzakelijk zijn volgens artikel 35 van Pro de Participatiewet, gezien appellante al een inkomen op bijstandsniveau heeft dat voorziet in de noodzakelijke kosten van het bestaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat hoewel appellante met het onderzoek waarheidsvinding en erkenning van haar situatie nastreeft, dit geen grond is om de kosten als noodzakelijk aan te merken. Ook een beroep op gemeentelijke richtlijnen en artikel 16 PW Pro werd verworpen. De Raad zag geen reden een deskundige te benoemen en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten van een privédetective wordt afgewezen omdat deze kosten niet noodzakelijk zijn volgens de Participatiewet.