Uitspraak
18.4590 WAJONG
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Uit onderzoek bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte en een studie volgde zonder dit te melden aan het Uwv, wat een schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 2:7, eerste lid, van de Wajong inhoudt.
Het Uwv heeft de uitkering herzien en teruggevorderd over de periode dat appellant studeerde en inkomsten genoot, en tevens een boete opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht de uitkering had aangepast en de boete had opgelegd. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen en het ontbreken van begeleiding door het Uwv hem belemmerden, maar dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De objectieve inlichtingenplicht geldt ongeacht verwijtbaarheid en het ontbreken van persoonlijke begeleiding door het Uwv is niet onrechtmatig. De terugvordering en boete zijn proportioneel en er zijn geen dringende redenen om hiervan af te zien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de Wajong-uitkering en de opgelegde boete wegens het niet melden van studie en inkomsten.