Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 3 oktober 2013 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant werkte voorheen 32 uur per week van maandag tot en met donderdag en ontving vanaf november 2008 een WW-uitkering gebaseerd op vijf dagen per week. Vanaf juli 2008 verbleef appellant op vrijdagen in het buitenland vanwege herstelwerkzaamheden aan zijn schip, waardoor hij over die dag geen recht had op uitkering. Het UWV betaalde onverschuldigd uitkering over deze uren en vorderde deze terecht terug.
Appellant verlengde zijn inschrijving als werkzoekende bij UWV niet tijdig, waardoor een maatregel van 30% korting op de uitkering werd opgelegd. Tevens werd een boete van €180 opgelegd wegens het niet melden van het verblijf in het buitenland. Appellant voerde aan dat hij het UWV had geïnformeerd over zijn verblijf en dat er dringende redenen waren om van terugvordering en boete af te zien, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad oordeelt dat de wettelijke bepalingen juist zijn toegepast, dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien en dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig zijn inschrijving te verlengen en het verblijf in het buitenland niet te melden. De aangevallen uitspraak en het bezwaarbesluit van 3 oktober 2013 worden bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering, maatregel en boete worden bevestigd.