ECLI:NL:CRVB:2021:991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens onbekwaamheid niet toegestaan zonder medisch onderzoek
Appellant was werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en kreeg vanaf 2016 te maken met een moeizame werkrelatie en een verbetertraject vanwege zijn houding, gedrag en communicatie. Diverse dienstopdrachten, een waarschuwingsbrief en tijdelijk andere werkzaamheden werden opgelegd, met als doel terugkeer in zijn functie.
In september 2017 werd appellant buitengewoon verlof verleend en in december 2017 ontslag aangezegd wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep tegen het ontslagbesluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat niet was onderzocht of zijn functioneren werd beïnvloed door een ziekte. Hij overlegde brieven van een psycholoog waaruit bleek dat er een vermoeden van autisme bestond. De Raad oordeelde dat de minister het ontslag niet mocht baseren op artikel 98 ARAR Pro zonder medisch onderzoek, omdat niet was uitgesloten dat de ongeschiktheid voortkwam uit ziekte. De Raad vernietigde het ontslagbesluit en droeg de minister op een nieuwe beslissing te nemen, met vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens onbekwaamheid wordt vernietigd omdat niet is onderzocht of de ongeschiktheid voortkomt uit ziekte.