Uitspraak
20.2758 AW
30 juni 2020, 20/818 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante was jarenlang werkzaam bij de politie en daarnaast betrokken bij een vakvereniging voor politiemedewerkers. Na signalen over onregelmatigheden in haar declaraties startte de korpschef een intern onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat appellante onrechtmatige reiskostendeclaraties had ingediend, waaronder niet-gemaakte reizen en dubbel declareren. Tevens ontving zij onterecht een onregelmatigheidstoeslag (ORT).
De korpschef kwalificeerde deze gedragingen als ernstig plichtsverzuim en legde appellante strafontslag op. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verlopen en het plichtsverzuim toerekenbaar was. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zij rechtmatig had gedeclareerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, verwierp de verzoeken tot aanhouding in afwachting van het strafproces en concludeerde dat het onderzoek zorgvuldig was. De Raad oordeelde dat de gedeclareerde reizen onmogelijk of niet noodzakelijk waren en dat appellante wist dat zij geen recht had op de ORT-vergoedingen. Het strafontslag werd als niet onevenredig beschouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim bevestigd.