ECLI:NL:CRVB:2022:1030
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde studiefinanciering bij gezinsbijstand
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en verhuisde begin 2017 samen met zijn partner X, waarna zij gezinsbijstand ontvingen. X ontving studiefinanciering in de periode waarvoor bijstand werd toegekend, maar dit werd niet gemeld aan het college. Het college herzag de bijstand en vorderde het teveel ontvangen bedrag terug bij appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat bij gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden beschouwd en appellant zich niet kan beroepen op onbekendheid met de studiefinanciering van X. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van een leefeenheid en dat hij geen inzage had in de financiën van X, maar maakte geen bezwaar tegen het omzettingsbesluit.
De Raad oordeelde dat de vaste rechtspraak geldt dat partners bij gezinsbijstand gezamenlijk verantwoordelijk zijn en dat appellant geen dringende redenen aannam om terugvordering te voorkomen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de terugvordering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand van appellant wegens niet gemelde studiefinanciering van zijn partner.