ECLI:NL:CRVB:2022:1052
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en schadevergoeding WIA-uitkering
Appellant, een zelfstandig onderhoudsschilder, meldde zich ziek met pijnklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde aanvankelijk een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% vast en weigerde de uitkering. Na bezwaar en medisch onderzoek werd dit percentage verhoogd tot 38,22%, later gecorrigeerd naar 28% vanwege een vergissing in de uitkeringshoogte.
De rechtbank oordeelde deels in het nadeel van appellant, met motiveringsgebrek in de berekening van het maatmaninkomen. Het UWV herrekende dit, maar appellant stelde dat er onjuistheden waren in de medische beoordeling, met name over beperkingen in werktijden en hoofdbewegingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage heeft vastgesteld op 60,55%, dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende gemotiveerd zijn en dat de functies die appellant kan vervullen passend zijn. Het beroep wordt gegrond verklaard, eerdere besluiten vernietigd en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding wegens een te lage uitkering en proceskosten.
De Raad benadrukt dat de medische beperkingen, waaronder beperkte hoofdbewegingen en werktijden, niet zwaarder wegen dan vastgesteld, mede gebaseerd op deskundigenrapporten en medische gegevens rond de datum in geding. De uitkering moet worden aangepast naar het correcte percentage en wettelijke rente wordt toegekend over de nabetaalde en nog te betalen bedragen.
Uitkomst: Het UWV heeft terecht het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 60,55%, het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.