ECLI:NL:CRVB:2022:1073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
Verzoeker heeft bij brief van 29 augustus 2021 verzocht om herziening van een uitspraak van de Raad van 2 april 2020, waarin eerdere uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland werden bevestigd en een schadevergoeding werd afgewezen.
De Raad heeft eerder op 24 april 2020 een herzieningsverzoek afgewezen omdat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die tot herziening konden leiden. In het nieuwe verzoek van 31 augustus 2021 stelt verzoeker dat de uitspraak is gebaseerd op een onvolledig dossier en voert hij aan dat hij als financieel directeur is aangesteld zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst.
De Raad overweegt dat herziening alleen mogelijk is op grond van feiten en omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Bovendien moet een verzoek om herziening binnen een redelijke termijn worden ingediend, doorgaans binnen één jaar na bekendwording van de feiten of na de uitspraak.
Omdat het verzoek op 31 augustus 2021 werd ingediend, meer dan een jaar na de uitspraak van 2 april 2020, en geen nieuwe feiten zijn aangevoerd, wordt het verzoek als onredelijk laat beschouwd en niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn en het ontbreken van nieuwe feiten.