Uitspraak
21.1640 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam bij de Dienst Uitvoering Onderwijs en werd op 26 juni 2019 overgeplaatst naar een andere functie binnen het ministerie. De rechtbank vernietigde het besluit wegens het ontbreken van een expliciet ontheffingsbesluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan. In hoger beroep werd dit bevestigd.
De Raad oordeelde dat er sprake was van een onwerkbare situatie en verstoorde arbeidsrelatie tussen appellant en zijn manager, wat voldoende grond bood voor ontheffing en overplaatsing. De motivering van de rechtbank was voldoende duidelijk en controleerbaar, en het ontbreken van een expliciet ontheffingsbesluit leidde niet tot onrechtmatigheid of schending van het motiveringsbeginsel.
Appellant stelde dat hij niet de mogelijkheid had gekregen zich tegen de ontheffing te verweren, maar de Raad stelde vast dat hij in zowel bezwaar als beroep zijn standpunten had kunnen inbrengen. Gronden betreffende het niet correct uitoefenen van de oorspronkelijke functie en het ontslag vielen buiten de reikwijdte van dit geding.
De Raad concludeerde dat de minister met toepassing van artikel 57, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement in redelijkheid heeft gehandeld. Het hoger beroep werd verworpen, de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtsgevolgen van het vernietigde overplaatsingsbesluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af.