ECLI:NL:CRVB:2022:1161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig commercieel medewerker, meldde zich ziek met psychische en fysieke klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn PTSS-klachten onvoldoende waren meegewogen, en verzocht om een onafhankelijke deskundige op grond van het arrest Korošec.
De Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende zorgvuldig was, dat appellant geen objectieve gegevens aanleverde die twijfel aan de onpartijdigheid van de verzekeringsartsen rechtvaardigden, en dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te brengen. De Raad verwierp het verzoek om een onafhankelijke deskundige en bevestigde de eerdere uitspraak dat de uitkering terecht was beëindigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier en uitgesproken op 23 mei 2022.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.