Uitspraak
18.3300 ZW
OVERWEGINGEN
ZW-uitkering van appellante terecht is beëindigd per 1 juli 2016.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als medewerker PR voor 24 uur per week en meldde zich ziek op grond van de Werkloosheidswet. Het UWV beëindigde haar ZW-uitkering per 1 juli 2016 na een medisch onderzoek waarin zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk. Appellante voerde bezwaar en beroep aan tegen deze beslissing, stellende dat zij meer beperkt was dan aangenomen, mede door psychische klachten en schildklierproblemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellante geschikt was voor haar werk kon worden gedragen. In hoger beroep werd een onafhankelijke verzekeringsarts als deskundige benoemd, die concludeerde dat appellante weliswaar beperkingen had, maar dat het arbeidspatroon van drie aaneengesloten werkdagen niet kenmerkend was voor de functie. Een meer evenredige verdeling van werktijd was mogelijk, waardoor appellante geschikt was voor haar arbeid.
Appellante verwees naar aanvullende rapporten die haar beperkingen benadrukten, maar de Raad vond het deskundigenrapport overtuigend en zorgvuldig gemotiveerd. De Raad volgde de conclusie dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd omdat de belasting van het werk binnen de belastbaarheid van appellante viel, mits het arbeidspatroon werd aangepast.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het hoger beroep af, waarmee de beëindiging van de ZW-uitkering per 1 juli 2016 rechtsgeldig bleef.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd per 1 juli 2016 omdat zij geschikt is voor haar arbeid met aangepast arbeidspatroon.