ECLI:NL:CRVB:2022:1183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen inzake ontheffing van verplichtingen uit de Participatiewet. Na een beroepsprocedure bij de rechtbank Limburg en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het hoger beroep ingetrokken na een schikking over het geschil.
Het geschil betrof uitsluitend het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Raad stelde vast dat de totale duur van bezwaar, beroep en hoger beroep meer dan vier jaar bedroeg, waarmee de redelijke termijn was overschreden.
De Raad hanteert de richtlijn dat voor elke overschreden periode van een half jaar een vergoeding van € 500 passend is. Omdat de overschrijding tussen zes en twaalf maanden lag, werd een vergoeding van € 1.000 toegekend. De overschrijding werd volledig aan de rechterlijke fase toegerekend, waardoor de Staat werd veroordeeld tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.