ECLI:NL:CRVB:2022:1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift te laat ingediend tegen toepassing Nederlandse socialezekerheidswetgeving op Rijnvarenden
Appellant diende op 10 januari 2020 een bezwaarschrift in tegen besluiten van 8 en 11 november 2019 van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin de Nederlandse socialezekerheidswetgeving werd toegepast op Rijnvarenden die bij appellant op de loonlijst stonden. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de verwijzing in de besluiten naar een termijn van twee maanden voor definitieve vaststelling in Unierechtelijke zin tot verwarring kon leiden, vooral omdat het bezwaarschrift niet door een jurist was ingediend. De Raad oordeelde echter dat deze verwijzing niet ziet op de bezwaartermijn en dat de termijn duidelijk was vermeld.
De Raad bevestigde dat appellant het bezwaarschrift te laat had ingediend en dat er geen verschoonbare omstandigheden waren. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaarschrift van appellant is te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk verklaard; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.