ECLI:NL:CRVB:2022:1427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij mutatieformulieren bijstand
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en diende mutatieformulieren in bij het college van burgemeester en wethouders van Hellevoetsluis. Zij stelde het college meerdere malen in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op deze formulieren en verzocht om dwangsommen. Het college verklaarde deze verzoeken niet-ontvankelijk omdat mutatieformulieren niet gelijkgesteld kunnen worden aan aanvragen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante stelde vervolgens beroepen in bij de rechtbank, die deze beroepen niet-ontvankelijk verklaarde wegens misbruik van recht. De rechtbank oordeelde dat appellante met het instellen van deze beroepen geen reëel belang nastreefde maar een onredelijke belasting legde op de publieke middelen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat het herhaaldelijk instellen van beroepen over een rechtsvraag die al definitief is beantwoord, zonder nieuwe relevante gronden, kwalificeert als misbruik van recht.
De Raad benadrukt dat zwaarwichtige gronden vereist zijn om een beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens misbruik van recht, zeker wanneer het gaat om een burger die tegen de overheid procedeert. Gezien het grote aantal eerdere procedures en het ontbreken van een reëel geschilpunt is het aanwenden van de bevoegdheid tot beroep door appellante evident zonder redelijk doel en met kwade trouw. De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door appellante.