ECLI:NL:CRVB:2022:1487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op Wajong-uitkering bij psychische kwetsbaarheid en arbeidsvermogen
Appellante, geboren in 1998, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege een spina bifida, hydrocephalus, neurogene blaas- en darmfunctiestoornissen en beperkte mobiliteit. Het UWV wees de aanvraag af op grond van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij een taak kan uitvoeren en over basale werknemersvaardigheden beschikt, en dat zij één uur aaneengesloten kan werken.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar psychische kwetsbaarheid en fysieke beperkingen haar arbeidsvermogen uitsluiten. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellante een verstandelijke ontwikkelingsstoornis en separatie-angststoornis heeft, maar dat er geen duurzame beperkingen zijn omdat adequate ambulante behandeling mogelijk is. De verzekeringsarts bevestigde dat appellante niet duurzaam arbeidsongeschikt is.
De Raad oordeelde dat appellante geen recht heeft op een Wajong-uitkering onder het strenge regime van 2015, omdat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt is en in staat wordt geacht één uur aaneengesloten te werken. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante geen recht heeft op een Wajong-uitkering omdat zij niet duurzaam arbeidsongeschikt is.