ECLI:NL:CRVB:2022:1662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing schadevergoeding wegens redelijke termijn
Appellante was tot maart 2017 werkzaam als office manager en ontving daarna een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde haar uitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Appellante maakte bezwaar en beroep, waarbij het UWV het besluit deels aanpaste maar de uitkering alsnog beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, dat haar klachten niet juist waren meegewogen en dat sprake was van een schending van het gelijkheidsbeginsel (equality of arms).
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om medische informatie in te dienen en dat er geen reden was om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. De Raad volgde de rechtbank in haar oordeel dat de beperkingen van appellante passend waren vastgesteld en dat het UWV de functies medisch geschikt had geacht.
Verder stelde de Raad vast dat de procedure binnen de redelijke termijn was afgerond, zodat geen schadevergoeding wegens termijnoverschrijding toekomt. Het verzoek om vergoeding werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.