Uitspraak
19 2486 WMO15, 20/2391 WMO15
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat van het college een griffierecht wordt geheven van € 519,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Almere verstrekte een maatwerkvoorziening aan de echtgenoot van betrokkene. Betrokkene gaf aan dat haar thuissituatie zorgbehoevend was en deed een formele aanvraag om ontlasting van de mantelzorger. Het college besloot deze aanvraag niet te behandelen en wees de vordering tot dwangsom af, stellende dat het eerdere besluit aan de echtgenoot volstond.
De rechtbank oordeelde dat het college niet op de aanvraag van betrokkene had beslist en legde een dwangsom van €1.260,- op. Het college ging in hoger beroep, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de e-mail van betrokkene als aanvraag moest worden gezien en dat het besluit aan de echtgenoot niet als besluit op die aanvraag kon gelden.
Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, omdat zij met deze uitkomst niet in een gunstiger positie kon komen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, en het college werd een griffierecht van €519,- opgelegd.
Uitkomst: Het college is een dwangsom van €1.260,- verschuldigd wegens niet tijdig beslissen en het incidenteel hoger beroep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard.