ECLI:NL:CRVB:2022:1775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens fraude tijdens verplichte opleiding ambtenaar
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij de gemeente, volgde een verplichte opleiding op kosten van het college. Tijdens deze opleiding maakte hij zich schuldig aan fraude door een eindopdracht niet zelf te maken, maar grotendeels over te nemen van een medecursist. Dit werd vastgesteld door het Studiecentrum voor Publieke Veiligheid (SPV).
Na melding van het SPV werd appellant uitgesloten van verdere deelname aan de opleiding en kreeg hij geen herkansing. Het college stelde vervolgens een disciplinaire procedure in en legde appellant op grond van zeer ernstig plichtsverzuim ongevraagd ontslag op. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het college terecht het ontslag had opgelegd.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep voerde appellant onder meer aan dat het college onvoldoende had gemotiveerd bij het afwijken van het advies van de adviescommissie en dat het SPV onterecht had gehandeld door hem uit te sluiten van de opleiding. De Raad verwierp deze gronden, bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het ontslag terecht was opgelegd wegens zeer ernstig plichtsverzuim. De Raad wees ook het betoog af dat appellant onterecht zou zijn beschuldigd van onwaarheid in een telefoongesprek met het SPV.
Uitkomst: Het ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.