Uitspraak
21 1487 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als agrarisch medewerker en meldde zich ziek met klachten van endometriose. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en het opleidingsniveau van appellante op 2 (afgerond basisonderwijs) terecht was vastgesteld, maar gaf het UWV de gelegenheid dit nader te motiveren.
Het UWV onderbouwde vervolgens dat het Poolse onderwijssysteem en de taalvaardigheden van appellante rechtvaardigen dat zij het basisonderwijs heeft afgerond en daarmee voldoet aan de opleidingseisen voor de voorgehouden functies. Appellante betwistte dit, maar leverde onvoldoende bewijs.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit niet, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over onderschatting van haar medische beperkingen en opleidingsniveau. De Raad volgde het UWV en de rechtbank, oordeelde dat het medisch onderzoek adequaat was en dat appellante voldoet aan het opleidingsniveau 2. De ZW-uitkering is daarom terecht beëindigd per 13 augustus 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd per 13 augustus 2018.