Appellante vroeg op 5 maart 2019 dubbele kinderbijslag aan voor haar zoon die autisme en obstipatie heeft. De SVB wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van het CIZ en het Beoordelingskader BUK, omdat de zoon niet voldeed aan de zorgscore-eis van drie punten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, met name omdat geen punt werd toegekend voor het item 'lichaamshygiëne'. Appellante stelde dat het CIZ een verkeerde uitleg gaf aan de vereiste permanente aanwezigheid en dat het rapport van kinder- en jeugdpsychiater Backer ten onrechte werd gepasseerd.
De Raad oordeelt dat het CIZ ten onrechte concludeerde dat geen permanente aanwezigheid nodig was. Het rapport van Backer toont aan dat de zoon voortdurend aanwezigheid van een ander nodig heeft om handelingen uit te voeren. Ook is het onjuist dat alleen verbale aanwijzingen meetellen; het klaarleggen van kleding en het corrigeren bij verkeerd aantrekken vereisen intensieve zorg.
Hierdoor is sprake van intensieve zorg zoals bedoeld in de wetgeving, wat leidt tot een zorgscore van drie punten en recht op dubbele kinderbijslag vanaf het tweede kwartaal 2019. De Raad vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de SVB in de proceskosten.