Uitspraak
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een geschil over de toekenning van dubbele kinderbijslag aan betrokkene. De Raad had eerder bij uitspraak van 27 juli 2022 het recht op dubbele kinderbijslag toegekend vanaf het tweede kwartaal van 2019 zonder een termijn te verbinden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wilde dit recht beperken tot het derde kwartaal van 2022, wat betrokkene betwistte.
De rechtbank Overijssel oordeelde dat de toekenning van dubbele kinderbijslag niet beperkt kon worden in de tijd en bepaalde dat de Svb dubbele kinderbijslag moest betalen vanaf het vierde kwartaal van 2022. De Svb ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat het recht op dubbele kinderbijslag per kwartaal wordt vastgesteld en dat de uitspraak van 27 juli 2022 geen onbeperkte gelding in de tijd heeft. Door dubbele kinderbijslag te verstrekken tot en met het kwartaal van de uitspraak heeft de Svb niet tekortgeschoten. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 april 2024.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.