Uitspraak
22.645 ZW
mr. Brauer verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als schoonmaker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens een arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen in functies met beperkte taalvereisten.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zijn medische beperkingen, waaronder een ernstige psychische stoornis, eczeem en liesklachten, onderschat waren en dat hij onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal had. Hij overlegde medische rapporten van diverse specialisten.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot wijziging van het standpunt over belastbaarheid. De Raad volgde dit oordeel en wees het verzoek tot inschakeling van een onafhankelijke deskundige af. Ook oordeelde de Raad dat appellant met beperkte taalvaardigheid in staat is eenvoudige productiefuncties te vervullen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Limburg dat de ZW-uitkering terecht is beëindigd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen ondanks zijn beperkingen.