ECLI:NL:CRVB:2022:1998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening bijstandsbesluit op grond van WOZ-waarde correctie
Appellante ontving bijstand in de vorm van een geldlening vanwege het vermogen in haar woning, waarbij het college de WOZ-waarde van 2016 als uitgangspunt nam. In 2018 werd de WOZ-waarde van haar woning verlaagd, waarop appellante een herzieningsverzoek indiende om het bijstandsbedrag aan te passen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verlaging van de WOZ-waarde voor 2018 geen nieuw feit of gewijzigde omstandigheid is die het eerdere besluit over 2016 kan beïnvloeden. De WOZ-waarde van 2016 bleef ongewijzigd en appellante had geen bezwaar gemaakt tegen die beschikking. Ook ontbrak een onderbouwing zoals een taxatierapport om de waarde voor 2016 te betwisten.
De Raad bevestigde dat het college het verzoek terecht afwees en dat de rechtbank de afwijzing van het beroep op het bestreden besluit correct had verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek op basis van de verlaging van de WOZ-waarde 2018 wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.