ECLI:NL:CRVB:2022:2157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak AOW vanwege ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van de uitspraak van 12 mei 2021, waarin haar bezwaar tegen een brief van de Sociale verzekeringsbank (Svb) was behandeld. Zij voerde aan dat artikel 8:54 Awb Pro niet was toegepast en wees op haar rol als bewindvoerder van haar moeder.
De Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:119 Awb Pro, dat herziening mogelijk maakt indien nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. Verzoekster heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden genoemd die aan deze criteria voldoen.
De Raad concludeert dat het verzoek feitelijk een hernieuwde discussie over de eerdere uitspraak betreft, waarvoor het herzieningsmiddel niet is bedoeld. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.