ECLI:NL:CRVB:2022:2221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen NOW-subsidiebesluiten wegens ontbreken procesbelang
Appellanten hebben aanvragen ingediend voor NOW-3-subsidie voor de maanden oktober tot en met december 2020, met een verwacht omzetverlies van 50%. De minister heeft de gevraagde tegemoetkomingen toegekend en voorschotten vastgesteld. Appellanten maakten bezwaar tegen de vaststelling, omdat zij meenden dat de referentiemaand juni 2020 niet representatief was vanwege de indiensttreding van extra personeel in december 2020.
De minister verklaarde de bezwaren ongegrond en de rechtbank Noord-Holland verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, aangezien appellanten reeds het maximale financiële resultaat hadden bereikt. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij procesbelang hadden om te voorkomen dat de subsidieverlening onherroepelijk zou worden, waardoor bepaalde onderdelen niet meer aangevochten konden worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hebben van een louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor procesbelang. Aangezien appellanten de gevraagde subsidie reeds ontvingen en geen gunstiger resultaat kunnen behalen, is er geen procesbelang. Ook is er geen rechtstreeks gevolg van de bestreden besluiten dat nadeel veroorzaakt in een andere rechtsverhouding. De beroepen zijn daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de beroepen af zonder veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de bestreden NOW-subsidiebesluiten worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.