ECLI:NL:RBROT:2020:516
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij beëindiging Wmo-ondersteuning
Eiser had een ondersteuningsarrangement op grond van de Wmo 2015 toegekend gekregen voor de periode van 27 maart 2017 tot en met 23 september 2018. De zorgaanbieder beëindigde de ondersteuning per 31 juli 2017, waarna verweerder het ondersteuningsarrangement beëindigde en het tarief wijzigde. Eiser stelde dat verweerder zijn zorgplicht had geschonden door niet te onderzoeken of een andere zorgverlener kon voortzetten.
De rechtbank stelde vast dat het geschil betrekking had op een reeds verstreken indicatieperiode, waarbij zorg in natura niet met terugwerkende kracht kan worden toegekend. Daarnaast had eiser onvoldoende concreet gemaakt welke materiële en immateriële schade hij had geleden door de beëindiging van het ondersteuningsarrangement.
Ook het belang van eiser bij een inhoudelijk oordeel werd verworpen, mede omdat hem later een nieuwe maatwerkvoorziening was toegekend. Gelet hierop verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang en kwam zij niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.