ECLI:NL:CRVB:2022:2396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonsgebonden budget voor begeleiding door ouders op grond van Wmo 2015
Appellant, bekend met psychiatrische stoornissen, vroeg op 6 december 2019 een persoonsgebonden budget (pgb) aan voor individuele begeleiding via zijn ouders. Het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen weigerde dit pgb op 30 januari 2020, omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden om met hulp van zijn ouders de pgb-taken verantwoord uit te voeren.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college in redelijkheid tot dit standpunt kon komen, mede vanwege de bijzondere afhankelijke en dominante relatie tussen appellant en zijn ouders en de hoge leeftijd van de ouders. Ook was onvoldoende gebleken dat de ouders in staat zijn om veilig en doeltreffend te begeleiden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel aan de voorwaarden voldeed. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en bevestigde dat appellant met hulp van zijn ouders niet voldoende in staat is de pgb-taken verantwoord uit te voeren. Appellant had geen ander persoon uit zijn sociaal netwerk benoemd om hem te ondersteunen, waardoor het beroep niet slaagt.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant geen pgb krijgt voor begeleiding door zijn ouders.