ECLI:NL:CRVB:2022:2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wijziging bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellant, gehuwd met zijn echtgenote die in Marokko verblijft, vroeg om wijziging van zijn bijstand naar de norm voor alleenstaanden op grond van duurzaam gescheiden leven. Het college kende bijstand toe op 50% van de gehuwdennorm vanwege het ontbreken van duurzaam gescheiden leven en wees het verzoek tot wijziging af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij en zijn echtgenote niet langer samenleven en dat financiële beperkingen de reden zijn dat zij niet samenwonen.
De Raad oordeelde dat duurzaam gescheiden leven betekent dat echtgenoten het samenleven willen verbreken en ieder een eigen leven leidt alsof niet gehuwd, en dit als blijvend bedoeld is. Appellant slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. Het feit dat zijn echtgenote in Marokko woont en hij haar niet financieel onderhoudt, is onvoldoende. De beperkte financiële middelen verhinderen het samenleven, maar er is geen intentie tot beëindiging van het huwelijk. Ook is geen ontbinding van het huwelijk aangevraagd.
Verder wees de Raad het beroep af dat de bijstand niet juist was afgestemd op de persoonlijke omstandigheden. Afstemming op grond van artikel 18 PW Pro is slechts in zeer bijzondere situaties mogelijk, en appellant heeft dit niet voldoende onderbouwd. De bijstandsnorm was passend en voorkwam indirecte bijstand aan de niet-rechthebbende echtgenote. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de bijstand naar de norm voor alleenstaanden wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt duurzaam gescheiden te leven.