ECLI:NL:CRVB:2022:2101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen toepassing kostendelersnorm bij bijstand
Appellant ontving bijstand als alleenstaande, maar het dagelijks bestuur stelde vast dat hij sinds september 2017 een gezamenlijke huishouding voerde met een niet-rechthebbende partner. Hierdoor werd de bijstand aangepast naar 50% van de gehuwdennorm en werd een deel teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij geen kosten kon delen met zijn partner omdat zij geen inkomsten kon verwerven of een uitkering kon krijgen vanwege het ontbreken van een geldige verblijfsvergunning. Hij stelde dat het dagelijks bestuur de bijstand had moeten afstemmen op zijn bijzondere situatie.
De Raad oordeelde dat de kostendelersnorm van toepassing is en dat voor een individuele afstemming zeer bijzondere omstandigheden vereist zijn die appellant niet aannemelijk heeft gemaakt. Hij leverde geen concrete en verifieerbare gegevens over zijn financiële situatie. Integendeel, er waren aanwijzingen van aanzienlijke bijschrijvingen van een familielid.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toepassing van de kostendelersnorm bevestigd.