Uitspraak
21.3427 AOW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 14 januari 2021 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene is in 2002 gehuwd en haar echtgenoot is in 2007 teruggekeerd naar Engeland. Betrokkene vroeg in 2020 een ouderdomspensioen aan op basis van duurzaam gescheiden leven. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een ouderdomspensioen toe volgens de gehuwdennorm, hetgeen zij bestreed. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat sprake was van duurzaam gescheiden leven, omdat zij en haar echtgenoot al veertien jaar niet samenwoonden, geen wederzijdse zorg hadden en hun financiën gescheiden waren.
De Svb ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat het feit dat zij niet samenwoonden niet voldoende is voor duurzaam gescheiden leven, zeker niet gezien het frequente contact, gezamenlijke vakanties en sociale omgang. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat duurzaam gescheiden leven pas geldt als beide echtgenoten een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, met de intentie dit blijvend te maken.
De Raad concludeerde dat ondanks het langdurige niet samenwonen, het dagelijkse telefonisch contact, de gezamenlijke vakanties en regelmatige bezoeken niet ondubbelzinnig wijzen op duurzaam gescheiden leven. Daarom is betrokkene niet als ongehuwd aan te merken voor de AOW. Het hoger beroep van de Svb werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.