ECLI:NL:CRVB:2022:2502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep stelt mate arbeidsongeschiktheid op 100% en wijst loongerelateerde WGA-uitkering toe
In deze zaak stond centraal de vraag of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht had vastgesteld op 43,56% met ingang van 26 februari 2018. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende had gemotiveerd dat appellante geen situatie van geen benutbare mogelijkheden kende, zoals bedoeld in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
De Raad verwees naar eerdere rapporten van de primaire arts en psychiater Van der Spek, die een depressieve episode met ernstige psychotische kenmerken vaststelden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had deze bevindingen onvoldoende weersproken en zijn conclusie dat er geen sprake was van een ernstige psychische stoornis was niet overtuigend onderbouwd. Daarnaast was de motivering dat een belaste voorgeschiedenis de belastbaarheid niet beïnvloedde niet aannemelijk.
Gezien het ontbreken van een toereikende motivering vernietigde de Raad het eerdere besluit en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 100%. Dit betekent dat appellante recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 26 februari 2018. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 100% met recht op loongerelateerde WGA-uitkering vanaf 26 februari 2018.