Uitspraak
20 1691 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als verzorgende IG en ontving een WW-uitkering. Na ziekmelding kende het UWV haar ziekengeld toe, dat later werd beëindigd wegens voldoende verdiencapaciteit. Appellante verzocht herziening van deze besluiten op basis van nieuwe medische informatie.
De rechtbank oordeelde dat de medische stukken geen aanleiding gaven om de eerdere besluiten te herzien. In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV ten onrechte marginaal had getoetst en dat haar psychische belastbaarheid was onderschat.
De Raad stelde vast dat het UWV een volle toets had verricht en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening. De Raad concludeerde dat de verschillen in beoordeling tussen verzekeringsartsen niet tot een ander oordeel leiden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht heeft geweigerd het herzieningsverzoek te honoreren.