Uitspraak
21 307 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
,mist volgens de rechtbank iedere medische onderbouwing.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als magazijnmedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze later omdat hij volgens medisch en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidsdeskundige had vastgesteld dat appellant in staat was tot het vervullen van bepaalde functies.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV onvoldoende had aangetoond dat geen sprake was van een ernstige depressie en verzocht om raadpleging van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het UWV niet onzorgvuldig had gehandeld door geen psychiatrische expertise te laten verrichten, omdat de verzekeringsartsen voldoende informatie hadden om de ernst van de problematiek vast te stellen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant in staat was de voorgestelde functies te vervullen en dat de Ziektewet-uitkering terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.