ECLI:NL:CRVB:2022:2769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid en WIA-uitkeringsbesluit
Appellant, werkzaam als vrachtwagenchauffeur, meldde zich op 14 oktober 2015 ziek en ontving vanaf 11 oktober 2017 een WIA-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Na toegenomen klachten per 28 november 2018 werd de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 100%, doch met een niet-duurzaam karakter vanwege een revalidatietraject dat de beschikbaarheid voor arbeid beperkte.
Het UWV kende appellant een loonaanvullingsuitkering toe vanaf 11 oktober 2019. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de beperkingen duurzaam waren en dat hij recht had op een IVA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen niet duurzaam waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde aanvullende medische stukken. De Raad concludeerde dat deze stukken geen aanleiding gaven tot aanpassing van de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was vanwege het revalidatietraject en de tijdelijke urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en de rechtbankuitspraak, waardoor appellant recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant volledig arbeidsongeschikt is maar niet duurzaam, waardoor recht op een WGA-uitkering blijft gelden.