Uitspraak
22.105 AW
OVERWEGINGEN
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2009 werkzaam als ambtenaar en meldde zich in januari 2016 ziek na een ernstig ongeval met hersenletsel en epilepsie. Na een intensief revalidatietraject kon geen re-integratie plaatsvinden. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
De griffier verleende appellante ontslag wegens ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte per 1 augustus 2019. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante dit, onder meer over het herstel binnen zes maanden en de redelijkheid van het ontslag.
De Raad oordeelde dat herstel binnen zes maanden niet te verwachten was, gelet op het UWV-besluit en medische stukken. Ook was duurzame re-integratie binnen een redelijke termijn niet te verwachten, mede omdat appellante alleen in haar eigen functie wilde terugkeren, terwijl zij die niet kon verrichten. Het hoger beroep faalde en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag wegens ongeschiktheid door ziekte wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.