ECLI:NL:CRVB:2022:2856

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 december 2022
Publicatiedatum
30 december 2022
Zaaknummer
22/1660 WIA-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid bij WIA-uitkering ondanks alcoholverslaving

Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV, waarbij een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 40,36% in plaats van 50,49% zoals appellant betoogde.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de vaststelling van het UWV. Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met klachten door alcoholmisbruik, maar leverde geen aanvullende onderbouwing.

De Centrale Raad van Beroep nam de overwegingen van de rechtbank over en verwees naar vaste jurisprudentie dat een verslaving aan verdovende middelen of alcohol op zich niet als ziekte of gebrek wordt aangemerkt, tenzij daaruit gebreken voortvloeien of klinische opname noodzakelijk is. In het dossier waren geen aanwijzingen voor dergelijke omstandigheden op de datum van vaststelling.

De Raad bevestigde daarom de beslissing van het UWV en de rechtbank, waarmee de mate van arbeidsongeschiktheid definitief op 40,36% werd vastgesteld en het recht op een loongerelateerde WGA-uitkering werd bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 40,36% en het recht op een loongerelateerde WGA-uitkering.

Uitspraak

22.1660 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 april 2022, 20/10328 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 22 december 2022
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: S.C. Scholten
Ter zitting zijn appellant en zijn gemachtigde niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door M.J.H. Maas (via Teams).

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar van 30 november2020 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen zijn beslissing van 10 maart 2020 waarin bepaald is dat appellant per 30 maart 2020 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 50,49% gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 40,36%.
In hoger beroep heeft appellant verwezen naar de gronden van het beroep en aangevoerd dat te weinig rekening is gehouden met klachten die zijn ontstaan door het alcoholmisbruik. Appellant heeft geen nadere onderbouwing van zijn standpunt ingediend. De rechtbank heeft alle gronden van het beroep uitvoerig besproken en gemotiveerd waarom de gronden niet slagen. De Raad neemt de overwegingen van de rechtbank over.
Ter zitting van de Raad heeft het Uwv terecht opgemerkt dat volgens vaste rechtspraak van de Raad een verslaving aan verdovende middelen en/of alcohol op zich niet als een ziekte of gebrek wordt aangemerkt. Evenmin de sociale problemen als gevolg van die verslaving. Dat is anders als uit die verslaving gebreken voortvloeien, of indien die verslaving noodzaakt tot een klinische opname of behandeling, (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van
6 januari 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:66). In het dossier bevinden zich geen aanknopingspunten om te oordelen dat hiervan sprake was op de datum in geding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) S.C. Scholten (getekend) T. Dompeling