Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
Inleiding
ex-werknemer van eiseres [ex-werknemer] (hierna: de ex-werknemer) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 1 mei 2021 heeft aangepast omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage van 45,22% is gewijzigd naar 80-100%.
6 december 2016 heeft hij zich arbeidsongeschikt gemeld voor dit werk wegens fysieke en psychische klachten. Daarnaast is sprake van gebruik van verdovende middelen. De
ex-werknemer heeft tot 3 december 2020 een loongerelateerde WIA-uitkering ontvangen op basis van 45,22% arbeidsongeschiktheid. Daarna heeft het Uwv hem een vervolguitkering toegekend. De ex-werknemer heeft per 4 februari 2021 een toename van gezondheidsklachten bij het Uwv gemeld. Volgens de primaire arts B. Jas van het Uvw zijn de belemmeringen van de ex-werknemer per 4 februari 2021 enigszins verslechterd. De primaire arts heeft op 18 maart 2022 een functionele mogelijkheden lijst (FML) opgemaakt en heeft daarin beperkingen in de rubrieken persoonlijk functioneren, fysieke omgevingseisen, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden opgenomen. Volgens de arts is er mogelijkheid tot verbetering. De
ex-werknemer is jong en de therapieën zijn nog niet helemaal afgelopen. De primaire arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 10 augustus 2022 geconcludeerd dat de ex-werknemer 100% arbeidsongeschikt is.
WIA-uitkering van de ex-werknemer gewijzigd in een loonaanvullingsuitkering omdat hij 80-100% arbeidsongeschikt wordt geacht. De uitkering wordt per 1 mei 2021 aangepast. Dat is twee kalendermaanden nadat de arbeidsmogelijkheden zijn gewijzigd. Eiseres (de ex-werkgever) is tegen dit besluit in bezwaar gegaan. De ex-werkgever is eigenrisicodrager.
4 juli 2023 ingediend.
Overwegingen
- zijn op een zorgvuldige manier tot stand gekomen;
- bevatten geen tegenstrijdigheden;
- zijn voldoende begrijpelijk.
ex-werknemer 10 à 15 joints per dag rookt. Bekend is hierbij dat men tot weinig komt en er weinig tot geen initiatief is. Dat de primaire arts heeft geconcludeerd dat het zelfstandig en doelmatig handelen beperkt is, is hiermee volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep plausibel te onderbouwen. De medische toestand zal moet worden vastgesteld inclusief het middelengebruik. Het standpunt van verzekeringsarts Blanker dat hier geen rekening mee kan worden gehouden, kan niet worden gevolgd, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
ex-werknemer geen werkzaamheden kan uitvoeren waarbij er veel druk op de buikwand kan komen te staan, waaronder frequent ver reiken. Een incidentele overschrijding is toelaatbaar indien de overige belasting ruim binnen het maximaal toegestane is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft verder op 4 juli 2023 gerapporteerd dat ver reiken pijnklachten kan geven in de buik of rug omdat er dan licht gebogen kan worden.
ex-werknemer psychische klachten, longklachten en buikklachten heeft. Daarmee is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep te onderbouwen dat het verstandig is om regelmatig te leven en structurele werkzaamheden in een avonddienst te beperken. Een inschatting is een weging van alle medische factoren, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierin volgen. De beroepsgrond slaagt niet.
ex-werkgever aan dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep ten onrechte de volledige arbeidsongeschiktheid van de ex-werknemer niet duurzaam heeft geacht.
3 januari 2023 doorlopen. In stap 1 is de situatie aan de orde dat verbetering van de belastbaarheid uitgesloten is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn de psychische en fysieke klachten van de ex-werknemer geen progressieve ziektebeelden of stabiele ziektebeelden zonder behandelmogelijkheden.
Conclusie en gevolgen
ex-werknemer per 1 mei 2021 heeft aangepast naar een mate van arbeidsongeschikt van 80 tot 100%. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De ex-werkgever krijgt het griffierecht niet terug.