ECLI:NL:CRVB:2022:287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- D.S. de Vries
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden budget wegens zorginkoop bij opvolger van frauderende zorgverlener
Appellant kreeg een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het zorgkantoor trok het pgb in omdat appellant zorg bleef inkopen bij zorgverleners die als opvolgers werden gezien van een stichting die fraudeerde met pgb's. Ondanks waarschuwingen en de mogelijkheid om over te stappen, bleef appellant zorg inkopen bij deze partijen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het zorgkantoor aannemelijk had gemaakt dat appellant niet langer voldeed aan de voorwaarden voor het pgb. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het zorgkantoor niet bevoegd was tot intrekking en dat er geen fraude was vastgesteld bij de opvolgende zorgverleners.
De Raad oordeelde dat het zorgkantoor terecht het pgb introk op grond van het niet langer voldoen aan de verleningsgrond van artikel 3.3.3 Wlz. De wijze van intrekking was niet onevenredig en het zorgkantoor had voldoende gemotiveerd dat appellant niet zelf of met gewaarborgde hulp de regie over de zorg kon voeren. Het hoger beroep werd afgewezen en de proceskosten werden aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het pgb van appellant wordt terecht ingetrokken omdat hij niet langer voldeed aan de verleningsgrond.