ECLI:NL:CRVB:2022:2872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot oplegging dwangsom wegens niet tijdig nemen van nieuw besluit op bezwaar
In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar door de staatssecretaris van Defensie. De Raad had eerder een besluit van de staatssecretaris vernietigd vanwege een motiveringsgebrek en de staatssecretaris opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.
De Raad constateert dat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de uitspraak van 22 april 2021 een nieuw besluit heeft genomen. Appellant stelde de staatssecretaris op 24 februari 2022 in gebreke en diende vervolgens op 17 maart 2022 het beroep in tegen het niet tijdig nemen van het besluit.
De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van het niet tijdig nemen van een besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen en een dwangsom wordt opgelegd.