ECLI:NL:CRVB:2022:383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens niet-melding pgb-inkomsten
Appellante ontving vanaf 2010 een WIA-uitkering en toeslag, waarbij zij verplicht was wijzigingen in haar inkomsten door te geven aan het UWV. Vanaf 2015 ontving zij inkomsten uit een persoonsgebonden budget (pgb), die zij niet aan het UWV heeft gemeld. Hierdoor werd haar uitkering te hoog vastgesteld.
Het UWV heeft in 2019 de uitkering en toeslag herzien en het te veel betaalde bedrag van €57.859,82 bruto teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar, stellende dat zij contact had gehad met het UWV en dat de zorg voor haar zoon al voor de uitkering bestond, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden en dat het UWV terecht heeft herzien en teruggevorderd. Er zijn geen dringende redenen om van terugvordering af te zien of het bedrag te matigen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de te veel ontvangen WIA-uitkering wordt bevestigd.