ECLI:NL:CRVB:2022:429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van UWV-besluit beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling
Appellant, voormalig toezichthouder, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving vanaf 1 januari 2018 een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 19 augustus 2018 op grond van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat appellant 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen dit besluit, waarbij een verzekeringsarts bezwaar en beroep een gewijzigde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opstelde. De arbeidsdeskundige handhaafde het oordeel dat appellant geschikt was voor passende functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af.
In hoger beroep stelde appellant dat er sprake was van onvolledige beoordeling en dat hij niet over financiële middelen beschikte voor een eigen onderzoek, wat volgens hem de equality of arms schond. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te brengen en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De geselecteerde functies passen binnen de beperkingen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.