ECLI:NL:CRVB:2022:487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medische belastbaarheid en recht op ziekengeld na verkeersongeval
Appellant, laatstelijk werkzaam als financieel medewerker, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten na een verkeersongeval. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld per 21 december 2018.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat inmiddels een diagnose was gesteld die verdere beperkingen zou rechtvaardigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep hield echter rekening met deze beperkingen en concludeerde dat de geselecteerde functies binnen de beperkingen passen. Ook een vermeende toename van klachten werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel. Het hoger beroep van appellant slaagde niet, omdat de medische belastbaarheid juist was vastgesteld en de arbeidskundige beoordeling passend was.
De Raad bevestigde dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat appellant onverminderd in staat wordt geacht ten minste één van de geselecteerde functies te vervullen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.