Uitspraak
20 1827 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
S.C. Scholten als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2022.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als [naam functie] bij Stichting [naam stichting] en meldde zich ziek met vermoeidheids- en nekklachten. Na beëindiging van haar dienstverband ontving zij een Ziektewet-uitkering, die het UWV beëindigde op basis van een medisch oordeel van een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvoldoende was, dat de verzekeringsarts zich te veel had gebaseerd op dossieronderzoek en hoorzitting, en dat een onafhankelijk deskundige benoemd moest worden. De Raad volgde dit niet en onderschreef de overwegingen van de rechtbank. De verzekeringsarts had alle relevante medische informatie betrokken, waaronder van de bedrijfsarts en cardioloog, en had gemotiveerd toegelicht waarom de beperkingen van appellante niet tot ongeschiktheid voor haar werk leidden.
De Raad benadrukte dat de beoordeling van belastbaarheid niet alleen op diagnoses is gebaseerd, maar op de gevolgen van de ziekte. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling of om een onafhankelijk deskundigenonderzoek te gelasten. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.