ECLI:NL:CRVB:2022:652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde WAO-uitkeringsaanvraag wegens ontbreken nieuw feit
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om een WAO-uitkering toe te kennen, waarbij het UWV telkens heeft geoordeeld dat er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een herziening rechtvaardigen. Eerder geweigerde besluiten zijn door rechtbank en Centrale Raad van Beroep bevestigd.
In hoger beroep heeft appellant nieuwe medische verklaringen van psychiater Driss overgelegd, maar deze zijn vrijwel identiek aan eerder ingediende verklaringen en kunnen daarom niet als nieuw feit worden aangemerkt. De Raad oordeelt dat het UWV het besluit tot afwijzing met toepassing van artikel 4:6 Awb Pro terecht heeft genomen.
Ook is geoordeeld dat artikel 43a van de WAO (Wet Amber) niet van toepassing is, omdat de aanvraag betrekking heeft op een periode vóór 29 december 1995 en er geen aanwijzingen zijn voor arbeidsongeschiktheid op die datum.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde WAO-uitkeringsaanvraag wegens ontbreken van nieuwe feiten.